Ondernemers zijn rolmodellen. Ze hebben het gemaakt. Ze zorgen voor welvaart. Maar wat met de topmanagers in de overheid? Ook hun talent verdient erkenning! Deze column werd geschreven in maart 2025 naar aanleiding van de verkiezing van de overheidsmanager van het jaar.

Wie De Panne zegt, denkt spontaan aan zee. Het brede strand. De uitgestrekte duinenpracht. De esplanade met het monument voor koning Leopold I, op de plaats waar hij in 1831 zijn eerste stappen op Belgische bodem zette. En uiteraard ook Plopsaland, het pretpark van Studio 100 waar uw kinderen u misschien ooit mee naartoe sleurden. De mensen achter Studio 100 zijn, zoals u weet, Hans Bourlon en Gert Verhulst. Gevierde ondernemers, ooit Managers van het Jaar.

Met de Manager van het Jaar bekroont het weekblad Trends al veertig jaar de sterren aan het Vlaamse ondernemersfirmament. Dat gaat gepaard met een champagnereceptie, een galadiner, en veel aandacht. Die aandacht is overigens geheel terecht. Mensen die durven ondernemen mogen in de bloemetjes worden gezet. Sterke ondernemers inspireren ons, zorgen voor een gezonde potgrond waarop veel welvaart gekweekt kan worden. 

Het rolmodel van de ondernemer-manager in de privé slaat aan. De Marc Couckes van deze wereld huppelen van praatprogramma naar talkshow om hun kijk op de samenleving te delen met een breed publiek. De universiteiten moeten aula’s bijbouwen om de studenten handels- en economische  wetenschappen in kwijt te kunnen. En in het machtigste land ter wereld hebben steenrijke ondernemers een kantoor naast dat van de president: de ultieme triomf van zij die van de overheid een bedrijf willen maken.

Het beeld van de publieke sector is vandaag, helaas, iets minder rooskleurig. De gemiddelde overheidsmanager is in de ogen van velen een wat saaie grijze muis met een groot talent voor regelneverij. Hij of zij wordt zelden uitgenodigd in de Afspraak of aan de Tafel van Gert (die Gert, ja). De studenten bestuurskunde en overheidsmanagement krijgen we nog steeds met gemak in een bescheiden auditorium. Kortom: het private ligt momenteel hoger in de schuif dan het publieke.

Misschien zijn we te veel bezig zijn met het falen van de overheid, in plaats van met de successen.Van sommige opiniemakers met een luide micro verwachten we niet anders, maar ook bestuurskundigen en andere sympathisanten focussen te vaak op hoe lastig en complex het allemaal is bij de overheid. Als we het publieke weer wat hoger in de schuif willen, moeten we ook de mooie verhalen brengen. Verhalen over de vele (soms onzichtbare) overheidssuccessen die vele hardwerkende medewerkers boeken. Verhalen over overheidstalent dat niet moet onderdoen voor talent elders. Verhalen over de potgrond waarop ons welzijn kan groeien en bloeien. Dat soort verhalen heeft momenten nodig waarop ze in de schijnwerpers gezet worden.

Eén van die momenten is de uitreiking van de prijs voor Overheidsmanager van het Jaar. Deze wordt uitgereikt door de Vlaamse Vereniging voor Bestuur en Beleid, die elk jaar met beperkte middelen een mooi evenement in elkaar bokst. De kans bestaat dat u nog nooit van dit initiatief hebt gehoord: het krijgt niet de aandacht die het verdient. Wat meer expliciete steun van de verzamelde overheden om de (hun!) overheidsmanagers te vieren zou welkom zijn. Iedereen die van veraf of dichtbij iets te maken heeft met de publieke sector zou het evenement met stip in de agenda moeten hebben staan. We zijn met veel, té veel beweren kwatongen, maar we vinden wel een geschikte zaal om een feestje te bouwen. Wat meer persaandacht zou ook helpen. De kersverse Overheidsmanager van het Jaar verdient een interview in het avondjournaal, live vanop de receptie. Uiteraard nadat we de deejay van dienst beleefd hebben gevraagd om de plaat even af te zetten.

Dit jaar gaat de eer naar Wim Jonckheere, algemeen directeur van het gemeentebestuur van, jawel, De Panne. Hij kreeg eind januari de prijs samen met Willem van de Voorde, voormalig permanent vertegenwoordiger van België bij de EU. En Maxim Schroeyers van de Maatschappij Linkerscheldeoever werd uitgeroepen tot overheidstalent van het jaar. U ziet: aan mooie verhalen geen gebrek.

Maar terug naar Wim. Hij is in de vrije tijd ook een verdienstelijk Elvis-imitator. Dat helpt ongetwijfeld: heupwiegend loodste hij zijn organisatie door een veranderingstraject. Vandaag is het gemeentebestuur een geoliede machine. Onder impuls van een gedreven manager. Met steun van zijn team, én van het college. In De Panne trekken politici en ambtenaren aan hetzelfde zeel, without suspicious minds. Tot tevredenheid van de inwoners, kijk er de cijfers maar op na.

Dus als u binnenkort nog eens aan zee komt, dan zou u daar wel eens The King of Rock ’n Roll kunnen spotten. Het moeten niet altijd zeehondjes zijn. Elvis leeft! Hij werkt voor ’t stad. En hij zit geregeld op een terrasje aan de zeedijk van De Panne in het gezelschap van Gert en Hans. Trotse topmanagers onder elkaar.

Posted in