De zuinige overheid houdt zich enkel bezig met de kerntaken. Maar wat zijn kerntaken? Is dat niet voor iedereen anders? Deze column uit april 2025 gaat over ‘de koers’. Moeten lokale besturen die wedstrijden blijven subsidiëren? Ik vind van wel: in het wielergekke Vlaanderen is de koers een kerntaak.
Ik heb op mijn zolder nog tientallen kaartjes met handtekeningen. Van renners die in mijn kindertijd het mooie weer maakten. In de gemeente waar ik ben opgegroeid komt jaarlijks één van de mooiste wielerklassiekers van het jaar aan. Als schooljongen wachtte ik reikhalzend op mijn helden, aan de uitgang van de plaatselijke sporthal. Daar namen Eddy Planckaert, Eric Vanderaerden en co een douche na de wedstrijd. Je kon er met wat geluk en geduld ook een petje of een drinkbus scoren. Twee vrijwilligers van de plaatselijke brandweer verzorgden er de security. Van luxueuze ploegbussen met ingebouwde badkamers, hermetisch afgesloten VIP-dorpen, randanimatie en dagvullende televisieuitzendingen was er nog geen sprake. Eivolle cafés en overuren draaiende tapkranen, dat wel.
Waar toen ook nog lang geen sprake van was, zijn de hoge bedragen die besturen moeten betalen om de koers te laten starten of aankomen in hun gemeente. Een rondvraag van Het Nieuwsblad leert dat onze steden en gemeenten samen meer dan 3 miljoen euro betalen voor de twaalf grootste wedstrijden die in 2025 in Vlaanderen georganiseerd worden. Brugge spant de kroon, en betaalt dit jaar meer dan 600.000 euro.
Iedereen heeft de laatste tijd de mond vol van de kerntaken van de overheid. Zeker nu de Russen aan onze achterdeur staan, en we onze plan moeten leren trekken omdat de Amerikanen niet meer willen meedoen. Gedaan met frigocheques, of subsidies voor culinaire centra en plaatselijke chocolatiers die een museum willen inrichten. Maar de koers, daar moeten we afblijven. Dat is ons erfgoed. De koers is van ons, het klinkt het een beetje arrogant. Het is wie we denken te zijn: hardwerkende Vlamingen die door weer en wind ‘voortdoen’. Briek Schotte heeft het ons geleerd, lang geleden. Als we dat onszelf wijsmaken, dan kunnen we toch niet anders dan te investeren? Dan mag dat iets kosten, niet? Acht euro per inwoner, rekende de burgemeester van Kuurne voor. Zijn collega uit Brugge beweert dat de return onbetaalbaar is: het is citymarketing voor een appel en ei. Of voor een gelletje en een bidon, zo u wil. Ook de plaatselijke horeca kan rekenen en tellen: het lokale belastinggeld is vanuit hun perspectief prima besteed.
Laat de koers dus maar komen. Er zijn immers veel winnaars. Het is gewoon een leuke dag, zeker als de zon schijnt. Massaal met vrienden en familie langs het parcours. Of aan de toog bij het televisiescherm, met een blik die steeds waziger wordt naarmate de kilometers vorderen en de inhoud van het vat mindert. Bedrijven maken er een netwerkevent van voor hun beste klanten. De kost van de dure VIP-tickets zal wel gerecupereerd worden via een paar nieuwe contracten, of één of andere fiscale constructie. En de kindjes zwaaien met van die papieren geel-zwarte vlaggetjes. Politiek en sport gaan niet samen, zegt u? Juist, maar bij ons is koers geen sport, het is een religie. Gezagsdragers bestijgen maar wat graag het podium om een magnumfles bier aan de winnaar te overhandigen.
Nog andere winnaars zijn de organisatoren. Zonder de lokale subsidies zijn zij waarschijnlijk niet levensvatbaar, en is het gedaan met dit stukje Vlaams erfgoed. Aan de ene kant moeten we blij zijn dat zij de wedstrijden willen organiseren waar zoveel mensen plezier aan beleven. Aan de andere kant moeten we ons afvragen of het aan de overheid is om amper leefbare initiatieven te ondersteunen. Het geluk van de organisatoren is dat de koers nog steeds een lokale kerntaak is: gemeentebesturen ontvangen ze met open armen. A la limite kunnen de organisatoren de gemeenten tegenover elkaar uitspelen, en wordt de prijs opgedreven. Maar het is een geruststelling dat die gemeenten dat ook beseffen. Burgemeesters geven aan dat ze niet koste wat het kost willen meegaan in het opbod. En de organisatoren weten dat ook. Met andere woorden: gemeentebesturen en organisatoren vinden elkaar voorlopig nog, handen worden geschud, en het contract verlengd. We weten perfect wat het kost, maar de return van die investering is moeilijker in cijfers uit te drukken. Sommige maatschappelijke effecten zijn nu éénmaal moeilijk in harde indicatoren te gieten. Het geluk van een kind dat zijn helden ontmoet. De mooie omzet voor de cafébaas, wat hem de moed geeft om ook de rest van het jaar leven in de plaatselijke brouwerij te brengen. De wereldwijde positieve uitstraling van een regio. Dat is allemaal lastig te meten, maar daarom niet minder waardevol. Mochten overheden enkel doen wat tot meetbare effecten leidt, we zouden allemaal samen veel armer zijn.
De jaarlijkse hoogdag van Saint-Vélo: ik ben er nog altijd graag bij. Al lang niet meer om handtekeningen of drinkbussen te scoren. Maar om een pintje te drinken met de vrienden, en alweer de pronostiek niet te winnen. Het denkwerk over kerntaken, de impact van lokale subsidies, en de efficiënte besteding van belastinggeld: dat kan wachten tot de maandag.