Lokale besturen zijn altijd op zoek naar geld om de nodige investeringen te kunnen doen: een kindercrèche, een zwembad, het moderniseren van de riolering, … Naar analogie met de reeds lang bestaande staatsbonnen, overwegen steeds meer gemeenten om een ‘gemeentebon’ uit te geven, waarmee ze geld willen lenen bij de burger. Dit stuk verscheen eind 2025 in Lokaal.
Ik heb voor de sport eens uitgerekend wat een investering van tienduizend euro in de Etterbeekse gemeentebon uit 2024 mij zou hebben opgebracht. Met de hulp van ChatGPT weliswaar, dus alvast mijn excuses als ik er een beetje naast zou zitten. Een obligatie met een looptijd van achttien maanden, een brutorente van 4,5 procent op jaarbasis, en 30 procent roerende voorheffing. Dat is dan 472,5 euro nettowinst. Als ik mijn geld op mijn spaarboekje zou laten staan, tegen een gemiddelde rente van pakweg 1,5 procent, dan zou dat 225 euro zijn geweest. Nog niet de helft dus. De goede huisvader weet dus wat gedaan, zeker omdat dit een veilige belegging is. Ook in het Hoofdstedelijk Gewest gelden er budgettaire spelregels voor lokale besturen, en moeten ze hun schulden kunnen afbetalen.
Wanneer je eenmaal aan het chatten bent, is het verleidelijk om door te vragen. Bijvoorbeeld hoeveel rente gemeenten in dezelfde periode aan banken moeten betalen voor leningen. Dat zou gemiddeld ongeveer 3 procent zijn. Nogmaals: bij klachten over foute cijfers wendt u zich tot onze digitale vriend. De verstandige lokale bestuurder weet dan eigenlijk ook wat gedaan: lenen bij de bevolking is meestal duurder.
De banken bekijken de gemeentebon wellicht met argusogen. Zij zijn de federale staatsbon uit 2023 nog niet vergeten. Toen vloeide er in een paar weken tijd meer dan 20 miljard euro van de spaarboekjes naar de schatkist. Er bleken veel goede huisvaders in België te zijn, die van de gelegenheid gebruikmaakten om een mooi rendement te halen. En de overheid zag er een prima manier in om de banken een lesje te leren, en hen uiteindelijk tot hogere rentes op hun spaarproducten te dwingen.
Nu is het de gemeentebesturen die een gemeentebon overwegen daar natuurlijk niet om te doen. Ze zoeken eerder een alternatieve financiering om in budgettair lastige tijden te kunnen blijven investeren in hun lokale gemeenschap. Zeker nu de rentes bij banken om te lenen weer wat hoger liggen – wat trouwens deels een gevolg is van de federale truc met de staatsbon.
Een gemeentebon voor een gebouw voor de kinderopvang, een zwembad, of de renovatie van een voetbalstadion? Een win-win, wordt gezegd. De burger krijgt een mooie en zekere return, en voor de gemeente is het een extra manier om de mensen te betrekken bij het lokale reilen en zeilen. Tegen doorgaans beperkte financiële extra kosten, dat wel. Een vorm van burgerparticipatie, quoi. De burgers zouden anders sowieso de crèche betalen, maar nu is die crèche toch nog net iets meer van hén.
Laat elke gemeente gerust haar eigen ding doen. Dat zegt de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur ook, in een antwoord op een parlementaire vraag over die gemeentebonnen. Maar het is wenselijk dat men bezint eer men begint. Want we moeten het ook hebben over de ‘verborgen’ kosten van zo’n operatie. Het vergt flink wat organisatiecapaciteit om het systeem op poten te zetten. Tenzij men een consultant inhuurt, maar die werken ook niet voor een appel en ei.
En ja, er is veel geld in de samenleving dat kan worden aangeboord om de publieke zaak mee te financieren. Er staan honderden miljarden op de Belgische spaarboekjes te schimmelen. Maar die zijn verre van gelijk verdeeld. Niet tussen gezinnen, niet tussen gemeenten. De pot waaruit lokale besturen kunnen vissen om geld van burgers te mobiliseren is groter in Sint-Martens-Latem dan in Molenbeek.
De gemeentebon lijkt ook eerder geschikt voor de wat kleinere schaal. Als het dan toch om het eigenaarschap van de inwoners van de gemeente te doen is, dan zijn de realisaties die via een burgerlening betaald worden het best nabij. Want wat is de incentive voor iemand die in de rand van de stad woont, tien kilometer van de nieuwe crèche? Het rendement? Jazeker. Het eigenaarschap? Minder zeker. De beoogde realisaties zijn ook maar beter tastbaar en zichtbaar in de perceptie van de investerende mensen: een bon om de riolering te moderniseren spreekt een pak minder aan dan een bon om een zwembad te bouwen.
De burger is eigenlijk een beetje als mevrouw Leemans. U kent haar misschien nog van de tenenkrullende radioreclame: de beste vriendin van al wie snel geld nodig heeft. Die burger stopt de overheid maar wat graag centen toe, als het maar genoeg opbrengt. Die burger zal wellicht ook een slagje willen slaan door de tarieven te vergelijken, wanneer steeds meer gemeenten bonnen zouden uitschrijven. Met het risico op een race to the top tussen concurrerende gemeenten die beleggers willen verleiden met hogere rentetarieven.
De burger beseft ook wel dat hoe meer hij kan beleggen, hoe beter hij ervan wordt. Want op het einde van de rit gaat het om de centen, en niet om de procenten. Wie in 2024 maar duizend euro kon investeren in Etterbeek, in plaats van tienduizend, boekte maar 47 euro winst. Een potentiële tragedy of the commons, waarbij sommigen meer uit de lokale kas halen dan anderen. Tot de kas leeg is, en dan weer op andere manieren moet worden gevuld.
Plaats een reactie