De huisvuilzak wordt stilaan overal vervangen door de huisvuilcontainer. Eindelijk. Verandering is altijd lastig. Maar we gaan snel ons gedrag veranderen. Ten goede. En zonder dat het ons moeite kost. Zonder dat we het beseffen.

Binnenkort word ik, zoals steeds meer Vlamingen, de trotse eigenaar van een persoonlijke huisvuilcontainer. Ik zal die container elke week netjes buiten zetten. Hij heeft een chip die de inhoud weegt, en ik zal betalen per kilo.

Ik kan amper wachten. Eindelijk gedaan met het gedoe met vuilniszakken die scheuren en lekken. Straatkatten die ’s nachts de zakken openkrabben op zoek naar eten. De straat die dan vol smurrie ligt. Zakken die uitverkocht zijn in de supermarkt, net wanneer ik een nieuwe rol nodig heb. En ik dan maar een niet-officiële zak vul tijdens de week die komt. Om dan de avond voor de ophaling die valse zak in een echte zak te moeten proppen. Wat mits veel gesukkel ternauwernood lukt. De rugbrekende arbeid ook, van zij die voor dag en dauw duizenden zakken in de wijd gapende bek van de huisvuilkar moeten mikken.

In het licht van de maatschappelijke uitdaging die voorligt – met zijn allen minder restafval produceren – is er een fundamenteel probleem met de huisvuilzak: hij probeert ons flirterig te verleiden om hem toch maar zo vol mogelijk te proppen. Hij kost immers geld, en hoe meer we erin duwen, hoe goedkoper ons afval wordt. Voor onszelf, welteverstaan. Niet voor de samenleving. De zak nodigt ons als het ware uit om op automatische piloot te blijven vervuilen tot we hem nog net kunnen toeknopen. Met de huisvuilcontainer zal er in het begin misschien weinig veranderen. Veel mensen zullen nog een tijdje doen wat ze altijd al deden, maar dan met een container in plaats van met een zak: zonder al te veel na te denken restafval blijven droppen in een recipiënt dat wekelijks kan worden buitengezet.

Maar ik durf de stelling aan dat na verloop van tijd ons gedrag zal veranderen, omdat de huisvuilcontainer ons subtiel de juiste richting zal wijzen. Want het simpele feit is: hoe leger hij blijft, hoe minder geld het ons kost. En het geniale is: na verloop van tijd zullen we, telkens we zijn klep openen, hem ons bedachtzaam horen toefluisteren om voorzichtig te zijn met wat we erin gooien. Hij zal ons het duwtje in de juiste richting geven, zonder dat we er erg in hebben. Zoals het kind dat in de Efteling het papiertje in de mond van Holle Bolle Gijs gooit, in plaats van op de grond. Zoals de caféganger die mikt op het vliegje in het urinoir, en zo de vloer eronder proper houdt. Of zoals automobilisten die vanzelf voorzichter gaan rijden aan de schoolpoort, van zodra ze dat fluogele mannetje zien staan.

Met de huisvuilcontainer zijn er niet veel campagnes, morele vingertjes, of voorschriften van een overheid meer nodig om de burger richting minder restafval te bewegen. Men moet ons geen gedragsverandering meer opleggen. Het feit dat ons gedrag gemeten en geregistreerd wordt, volstaat. De chip meet en weet. Het gevolg van ons gedrag is dan onmiddellijk zichtbaar in de app – in kilo’s – en op de voorschotrekening – in harde euro’s. Het zijn de duwtjes in de rug die ervoor zorgen dat we onszelf beginnen te corrigeren. Dat we beginnen na te denken over wat we in de supermarkt kopen, want dat heeft gevolgen voor wat we allemaal in onze containers deponeren. Dat we niet te snel nog wat PMD of GFT bij het restafval gaan proppen om de zak elke week toch maar gevuld te krijgen.

En zo verandert ons gedrag wel degelijk. We worden voorzichtiger, we gaan rekenen en anticiperen. Misschien niet altijd uit overtuiging, maar omdat de container ons de zachte maar consequente hint geeft: ‘Ik kost geld, dus denk na wat je dropt, beste eigenaar.’ En hoe beter wij en onze containers elkaar leren kennen, hoe beter we gaan luisteren. Dat is de fundamentele verdienste van het systeem met de huisvuilcontainer: het werkt zonder te moeten overtuigen.

Het was gedragseconoom en Nobelprijswinnaar Richard Thaler die, samen met zijn collega Cass Sunstein, ons het begrip ‘nudges’ leerde kennen: kleine subtiele ingrepen die tot grote en gewenste gedragsveranderingen kunnen leiden. In het licht van de vele maatschappelijke uitdagingen die aangepakt moeten worden, verdient nudging een prominentere plaats in de gereedschapskist van de overheid. Laat dus maar snel komen die huisvuilcontainer met chip. Ik word er een betere burger van! Zonder dat het me veel moeite kost. Zonder dat ik het eigenlijk zelf goed besef.

Posted in

Plaats een reactie