Het thema van de gemeentelijke fusies blijft het debat over de bestuurlijke organisatie in Vlaanderen beheersen. De tegenstelling tussen bestuurskracht (grote gemeente) en nabijheid (kleine gemeente) is een beetje vals. In deze column pleit ik voor nuance. Lokaal de oefening durven doen op basis van álle argumenten.

Ingenieurs zorgden er decennia geleden al voor dat we naar de maan konden vliegen. En geneeskundigen vonden remedies voor ziektes die tot voor kort een doodvonnis betekenden. Mensen kunnen veel. Maar de optimale schaalgrootte voor Vlaamse gemeenten bepalen? Dat is een ander paar mouwen.

Je kunt het bestuurskundigen en andere sociale wetenschappers moeilijk verwijten dat ze daar nog altijd geen definitief antwoord op hebben. Het einddoel van schaaloptimalisatie – via een fusie bijvoorbeeld – is immers lastig af te bakenen. De maan bereiken of een ziekte uitroeien: dat zijn helder afgelijnde opdrachten. Niet simpel, wel duidelijk. In het debat over gemeentelijke fusies daarentegen waaieren de doelstellingen alle kanten uit: betere dienstverlening, meer bestuurskracht, schaaleffecten, nabijheid en identiteit, kwaliteit van de democratie … Bovendien zijn we er vaak – maar niet altijd terecht – van overtuigd dat sommige van die doelstellingen lastig met elkaar te verzoenen zijn.

Het is ook de stand van zaken in de literatuur: schaalvergroting kent voordelen en nadelen. Veel hangt af van wat en hoe er gemeten wordt. Een complex debat, waarin ook de wetenschap geen eenduidig verdict velt. Wat een rijk menu aan argumenten oplevert voor bestuurders met pijn aan hun goesting.

Een populaire krant bevroeg Vlaamse burgemeesters over vrijwillige fusies. De conclusie: een ruime meerderheid wijst het idee af. Tout va bien, madame la marquise! De financiën zijn gezond, men kan doen wat moet gebeuren. En als de capaciteit op sommige domeinen toch tekortschiet, dan werkt men samen met de buren. Wat in de antwoorden ook opvalt, is de vrees voor verlies aan nabijheid en identiteit. De getuigenissen lezen als een echo van het wetenschappelijke debat. Ik begrijp de terughoudendheid dus wel. Een fusie is nu eenmaal een ingrijpend veranderingstraject. Onderzoek naar zeven recente vrijwillige fusies toont hoe moeilijk zo’n proces kan zijn. Dat leidt onvermijdelijk – en begrijpelijk – tot enige koudwatervrees.

Datzelfde onderzoek laat echter ook zien dat de fusies hebben geleid tot een sterkere ambtelijke capaciteit: grotere teams, meer mogelijkheden tot specialisatie, meer ruimte voor grondige beleidsevaluatie. Vooral in kleinere gemeenten, met éénmans- of zelfs geenmansdiensten, of waar tijdelijk personeel moet worden ingehuurd, is de afweging het maken waard. Ja, het traject is uitdagend. Maar op termijn liggen er reële kansen op een structureel sterkere organisatie.

Filip De Rynck stelde al dat bestuurskracht meer is dan een sluitende rekening, of dienstverlening die desnoods intergemeentelijk wordt georganiseerd. De optimale schaal enkel op basis van zulke parameters bepalen, is andere cruciale factoren miskennen. Beleidscapaciteit bijvoorbeeld: de mate waarin lokale besturen onderbouwde keuzes kunnen maken over de maatschappelijke opgaven waarvoor ze staan. Lokale besturen krijgen steeds meer verantwoordelijkheden op het vlak van ruimtelijke ordening, zorg , veiligheid, mobiliteit enzovoort. Bestuurskracht betekent dan dat zij die taken niet alleen uitvoeren, maar ook strategisch vormgeven en ernstig evalueren. Bestuurskracht maakt dat politici zich gesteund weten door een structureel sterke administratie. Dat medewerkers er willen werken omdat de organisatie recht doet aan hun talenten en ambities.

Dan is er nog het gevoelige punt van nabijheid, identiteit en democratie. Maar dat valt te organiseren – ook, en misschien zelfs beter, in grotere gemeenten. Het is een misvatting dat democratie pas sterk is wanneer de burgemeester iedereen bij naam kent. Democratie moet immers ook en vooral ergens over gaan: over beleidskeuzes rond maatschappelijke uitdagingen. En die democratie moet georganiseerd worden. Ik schreef het hier al eerder: democratie is meer dan om de zes jaar een bolletje kleuren. In een volwassen lokale democratie gaat de overheid in debat met burgers en lokale organisaties over het beleid. Ook dat vraagt capaciteit.

Hoe moeilijk het fusiedebat ook is, lokale besturen mogen het niet uit de weg gaan. Vrijwilligheid verdient de voorkeur boven dwang. Dat biedt geruststelling aan besturen die na grondige analyse concluderen dat hun schaal werkt. Maar vrijwilligheid mag geen alibi zijn om niet te moeten nadenken.

Voor wie het interesseert kan ik de toekomstvisie van De Rynck en Janssens aanraden, en ook nog de evaluatie van eerdere fusies door Callens en collega’s. Er is ook de tool van Derudder en collega’s, met afwegingskaders voor lokale besturen die een eventuele fusie overwegen. Alles is te vinden op www.steunpuntbestuurlijkevernieuwing.be. Bestuurskundigen hebben niet altijd pasklare antwoorden. Maar ze denken wel graag mee!

Posted in

Plaats een reactie