Merit goods zijn goederen die zo waardevol zijn dat we er wel wat belastinggeld mogen tegenaan gooien. En dat we mensen moeten stimuleren er zoveel mogelijk gebruik van te maken. Een meetbare financiële kost voor een minder goed meetbare maatschappelijke return. Neem het openbaar vervoer. Het aanbod afbouwen is goed voor de begroting, maar slecht voor de samenleving.
Ik ben al vijfentwintig jaar een trouwe gebruiker van het openbaar vervoer. Voor een stuk uit principe, we hebben in ons gezin bewust maar één auto. En voor een stuk uit comfort, want op de trein kan de tijd nuttig besteed worden. Wanneer ik op kantoor aankom zijn de kranten doorgenomen en een aantal mails verwerkt. Het station is op ongeveer vier kilometer van waar ik woon. Afhankelijk van het weer neem ik de fiets of de bus. De trein komt aan in Gent Sint-Pieters, waar de tram wacht die me dan uiteindelijk naar de universiteit brengt.
Ik mag mezelf dus zonder blozen een ervaringsdeskundige van trein-tram-bus noemen. Misschien gaan de echte mobiliteitsexperts me op mijn plaats zetten voor wat ik hierna schrijf. Of misschien gaan sommigen mij als gebruiker (en dus belanghebbende) vooringenomenheid aanwrijven. So be it, dus vooruit dan maar: ik vind de plannen van de Vlaamse regering om verder te besparen (35 miljoen) op De Lijn maar niks. En nog meer de manier waarop: de vervoersregio’s mogen lokaal het vuile werk opknappen. Maar er is grondig geteld en dat maakt de oefening nu ook weer niet zo moeilijk: wie de lijnen kent waarop te weinig volk zit, kan deze er toch vlotjes uitknippen, niet? De impact is miniem, toch? En uiteindelijk is het snoeien om straks weer te groeien. Computer says yes, maar de lokale bestuurders zeggen massaal nee.
Er is op het eerste gezicht nochtans amper een speld tussen te krijgen. Waarom zouden we bussen laten rijden als er toch amper iemand op zit? Een aanbod van publieke diensten dat de vraag ruimschoots overtreft is verspilling van duur belastinggeld. Verantwoordelijke bestuurders reageren als volleerde ondernemers dus best vooral op basis van een financiële logica. Het geld groeit immers ook voor de overheid niet in de bomen, en er is niks verkeerd met een beetje zuinigheid en een streven naar efficiëntie. Dus zeker in tijden van schaarste en besparingen is het logisch dat de vraag het aanbod bepaalt.
Maar wat als we de redenering omdraaien? Dat de overheid een aanbod van diensten mag (moet) uitbouwen om een bepaalde vraag aan te zwengelen. Dat de overheid stevig mag investeren in bepaalde diensten, omdat men een belangrijk maatschappelijk doel voor ogen heeft. De zogenaamde merit goods: diensten waarvan we vinden dat ze breed geconsumeerd moeten worden omdat dat goed is voor de samenleving. Het zijn vaak diensten waar mensen weinig over nadenken, laat staan dat velen er actief om vragen. Mensen zijn destijds ook niet massaal de straat opgekomen om een bibliotheek of een cultuurcentrum in de gemeente te krijgen. Dat was het idee van bestuurders met een visie: cultuur en kennis ingang doen krijgen bij brede lagen van de bevolking. Vandaag worden die publieke diensten breed geconsumeerd en gesmaakt. Maar dat kost dus inderdaad geld. De boekhouder weet perfect hoeveel: we kunnen het tot op de eurocent nagaan in de begroting. De maatschappelijke winst die er tegenover staat is (helaas) cijfermatig veel lastiger uit de begroting af te leiden. Positieve effecten van een modal shift bijvoorbeeld. Minder autoverkeer, files, uitstoot. Het terugdringen van vervoersarmoede ook. Zo bekeken is openbaar vervoer een merit good. Hoe meer mensen het gebruiken, hoe groter die maatschappelijke winst. De vraag moet aangewakkerd worden en daarom zijn er net veel meer investeringen in het aanbod nodig.
In de gemeente waar ik woon komt de bus op vandaag éénmaal per uur langs. Dat is niet ideaal. Het bepaalt heel sterk wanneer ik kan vertrekken, en de aansluiting met de trein is eigenlijk ook niet optimaal. In onze gemeente stapt er haast niemand op. Behalve scholieren op het spitsuur, en wat gepensioneerden die eens naar de stad willen. In Gent daarentegen passeert er om de paar minuten een tram. Ik kan er op rekenen wanneer ik het station uitwandel. Die tram is dan ook vaak goed gevuld. In Gent lijkt het aanbod sterk de vraag mee te bepalen. Als in onze gemeente de vraag steeds sterker het aanbod zal bepalen, dan vrees ik dat ik vaker naar het station zal moeten fietsen. Op zich wel goed voor de conditie. Of zal ik dan toch maar een tweede auto kopen? Die brengt me in veertig minuten naar Gent. Ook wel comfortabel eigenlijk.
Plaats een reactie