Over kinderen die burgemeester willen worden. Of hoe in een sterke democratie iedereen mag en moet meedoen! Deze belofte is deel van een sterke democratische cultuur, in tijden waarin de democratie soms te snel als vanzelfsprekend wordt beschouwd. De column verscheen in februari 2025.
Een nieuwverkozen vrouwelijke burgemeester vertelde in de lokale pers dat ze regelmatig op straat wordt aangeklampt door jonge meisjes. Na de obligate selfie zouden die kinderen haar spontaan toevertrouwen dat ze ‘later als ze groot zijn’ ook burgemeester willen worden. U moet ongetwijfeld ook een traantje wegpinken bij kinderen die, snif, burgemeester willen worden. Want lokale politiek kan blijkbaar ook hip zijn, cute zelfs. Mits er rolmodellen zijn. Maar uit dergelijke anekdotiek mogen we geen al te grote conclusies trekken. Laat ons een beetje chill blijven, want de jongste generatie zal zich niet massaal laten verleiden tot een politieke loopbaan ten dienste van de res publica. De meeste jonge meisjes willen nog altijd liever Camille of Pommelien worden dan burgemeester. En ik kan het weten, als vader van drie dochters.
Bij dit soort verhalen moet ik altijd enig cynisme onderdrukken, maar eigenlijk is het mooi en hartverwarmend. En onze lokale democratie kan wel een beetje warmte gebruiken. Er zijn immers wat verloren credits te compenseren. Het was niet altijd een fraai schouwspel in de dorpsstraat het afgelopen jaar. Vóór de verkiezingen werden er tegennatuurlijke kartels gevormd om de grootste te worden (het initiatief krijgen!). Het leken eerder burgemeestersverkiezingen dan gemeenteraadsverkiezingen (de stemmenkampioen worden!). En in veel gemeenten zagen we een onverkwikkelijke en bijwijlen amateuristische meerderheidsvorming (de ondertussen beruchte veertien dagen!). Het was op niet weinig plekken een lange lijdensweg tussen verkiezingszondag en de installatievergadering begin december. Jan met de Pet stond er bij en keek er naar. Had hij het op voorhand geweten, denkt Jan, hij was ook weggebleven van het stemhokje. Net zoals veertig procent van zijn medeburgers.
Het decreet ‘ter versterking van’, lijkt de lokale democratie te hebben verzwakt. Binnenkort volgt de evaluatie. Maar een sterke democratie is niet enkel een duidelijk decretaal kader met correcte spelregels. Het is ook en vooral de hoofdrolspelers-politici die een aantal democratische beloftes bewaken: hoe An met de Sjerp zich gedraagt en opstelt, het maakt een groot verschil voor hoe Jan met de Pet de lokale democratie evalueert.
Belofte één: macht is tijdelijk in een democratie. Maar er is geen regel die bepaalt hoe lang een lokaal mandaat mag uitgeoefend worden. Wat drijft iemand die 24 jaar burgemeester of schepen wil zijn? Het is meer dan een halve loopbaan, godbetert. Waarom denkt An met de Sjerp dat uitgerekend zij, van duizenden medeburgers, het meest geschikt is om dat mandaat op te nemen? Laat staan dat zij dat mandaat drie, vier, of zelfs meer legislaturen mag claimen? Zich krampachtig aan het mandaat vastklampende politici durven soms vergeten dat macht tijdelijk moet zijn. Dat het vrijwillig en tijdig doorgeven van de fakkel aan een andere beloftevolle politicus (m/v/x) de democratische belofte hoog houdt.
Zelfbestuur is een andere belangrijke democratische belofte. Hulde aan de lokale partijafdelingen of -mandatarissen die vastberaden hun lokaal project uittekenen, zonder al te veel bemoeienis van bovenaf. Het zijn niet de nationale partijhoofdkwartieren die moeten bepalen wie er lokaal met wie in bed mag of moet. In de lokale politiek gaat het immers om lokale uitdagingen, in een lokale context. Het is aan de lokale politici om met elkaar samen te werken, om het beste beleid op maat van de gemeente te voeren. En aan de lokale burgers om hen al dan niet te belonen bij een volgende verkiezing.
Over hoe An met de Sjerp en haar collega’s in het college omgaan met hun macht kunnen we ook wel een boompje of twee opzetten. De verhouding met de gemeenteraad, de administratie, of het lokale middenveld: het gaat in essentie om de democratische belofte van macht én tegenmacht. We kunnen allemaal wel een aantal voorbeelden geven van burgemeesters en schepenen die als zonnekoningen hun gemeente of stad besturen. Net zoals we ook voorbeelden kunnen geven van gemeenten waar er een gezonde verstandhouding is tussen politiek, administratie en het middenveld.
Mijn overtuiging is dat lokale democratie maar sterk kan zijn als er ook hard gewerkt wordt aan een gezonde democratische cultuur. Net daarom is het hartverwarmend dat jonge meisjes later burgemeester willen worden. Of bij uitbreiding mensen van allochtone origine, mensen met een beperking, mensen in kansarmoede, … Want zij herinneren ons allemaal aan nog een belangrijke democratische belofte: dat iedereen – ongeacht gender, etnie, leeftijd, en sociale afkomst – gelijke kansen moet krijgen om het politieke verschil te maken. Niet alleen als kiezer in het stemhokje, maar zeker ook als bestuurder in de raden en de colleges. Aan de Vlaamse overheid om de formele spelregels te evalueren. Aan de lokale besturen om de kwaliteit van hun democratische cultuur tegen het licht te houden.