De opkomstplicht bij de lokale verkiezingen werd afgeschaft. Veel mensen bleven dan ook thuis. We kunnen vanalles doen om hen te overtuigen tóch te gaan stemmen. Maar ze gaan ook moeten willen. Misschien moeten we blijven werken aan een cultuur van permanente participatie. Zou dat de lokale democratie kunnen redden?

Onlangs nam ik deel aan een panelgesprek over de afschaffing van de opkomstplicht. Ik mocht samen met een burgemeester en twee algemeen directeurs een uurtje debatteren over waarom veel burgers niet zijn komen opdagen bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Een lastig thema. Recent onderzoek toont aan dat er veel mogelijke verklaringen voor zijn. En even veel mogelijke oplossingen om de lokale democratie opnieuw te versterken.

Dat er meer inspanningen nodig zullen zijn om mensen te overtuigen hun democratische plicht te vervullen, daar waren we het in grote lijnen over eens. Je kunt denken aan het uitbreiden van de mogelijkheden om te stemmen. Zoals meer en beter toegankelijke locaties voor minder mobiele burgers, of een beter gebruik van technologie om vanop afstand te kunnen stemmen.

Maar democratie is meer dan een bol kleuren. Het is een werkwoord. Een houding. Het kennen, of leren kennen, van de overheid en de inzet van de zesjaarlijkse verkiezingen. Onvermijdelijk ging het in het panelgesprek dus ook over de verantwoordelijkheid van de burger zelf. Lokale overheden, politici, partijen en andere organisaties kunnen initiatieven nemen om de burger van het belang van de verkiezingen te overtuigen. Maar als die burger echt niet naar het stemlokaal wil, dan valt daar weinig aan te doen. Een beetje zoals met het paard dat niet wil drinken, ook al breng je het naar het water.

Waarom drinkt het paard niet? Daar valt lastig de vinger op te leggen. Ik had een autorit terug naar huis nodig, en enkele ervaringen met andere automobilisten op de snelweg, om mijn gedachten wat te ordenen.

Er was zoals altijd de bumperklever die nadat je plaats hebt gemaakt, ook nog snel even de middelvinger toont bij het inhalen. Het type dat vooral aan zichzelf denkt. De burger die zich in het beste geval niks aantrekt van de rest van de samenleving. Ook niet geïnteresseerd is in de publieke zaak. In het slechtste geval wordt hij agressief. Al dan niet online, laf, anoniem. Zodanig bekocht en gekoeionneerd door overheid en politiek voelt hij zich. Mocht hij een paard zijn, dan trapte hij naar zijn baasje.

Er was ook een auto met de blauwe ‘L’ op de achterruit. Toen hij wilde invoegen, had hij wellicht niet goed opgelet, want ik moest vol in de remmen. Hij wil wel zo goed mogelijk proberen te rijden, maar dat lukt nog niet altijd. Het is het type burger dat vanwege een zekere kwetsbaarheid een duwtje nodig heeft om te kunnen participeren. Eigenlijk wil hij wel gaan stemmen, maar hij snapt het allemaal (nog) niet zo goed. Of ziet er het belang (nog) niet zo scherp van in. Mocht hij een paard zijn, dan zou je wat moeten trekken en sleuren om het aan de sloot te krijgen.

De meeste automobilisten zijn gelukkig wel vaardig en hoffelijk. Zij wijken anticiperend naar het linkerrijvak uit, om jou de kans te geven op het middenvak te komen, zodat je die trage vrachtwagen kunt inhalen. Het is het type dat weet dat hij niet alleen op de wereld is. Dat de publieke ruimte gedeeld bezit is. Het paard dat vlotjes de weg naar de sloot vindt, én drinkt. Hij vindt dat gaan stemmen het minste is wat je kunt doen als verantwoordelijke burger. En eigenlijk wil hij zich ook nog op andere manieren engageren.

Kan participatie de lokale democratie redden? Ik denk van wel. Er zijn veel voorbeelden van coproductie, waarbij overheid en burgers de handen in elkaar slaan. Gedeeld verantwoordelijk zijn voor de publieke zaak. Zo ook het idee van de vrijwilligerskorpsen. Het moet mogelijk zijn om de drie types automobilisten hiervoor te engageren. Veel verantwoordelijke burgers willen uiteraard met plezier een handje toesteken. Maar ook de bumperklevers moeten overtuigd kunnen worden: een veilige en gezonde buurt is ook ‘eigenbelang’. Sommigen onder hen nemen misschien wel graag het heft in handen, omdat die ‘slechte overheid’ in hun ogen tekortschiet. Het moet wel goed georganiseerd worden om ook de mensen met een L aan boord te krijgen. Voldoende steun, waardering en duidelijkheid over wat er verwacht wordt: essentieel om van participatie een succes te maken.

John Lennon was net op de radio, toen ik mijn auto thuis op de oprit parkeerde. You may say I’m a dreamer, maar als burgers zich meer (mogen, kunnen en willen) engageren voor buurt, wijk en gemeente, dan zien ze het belang van de publieke zaak wellicht weer wat scherper. En gaan ze misschien met zijn allen ooit weer fluitend en overtuigd naar de stembus. Omdat ze weten waar het om gaat.

Posted in

Plaats een reactie