Mensen die in moeilijke omstandigheden of na pech toch blijven voortdoen en uiteindelijk succes boeken: we hebben ze graag. Of het nu over een populaire wielrenner gaat, of over anonieme studenten die een leefloon krijgen. Deze column gaat over doorzetters, en waarom ze onze steun verdienen.

12 april 2026. Een dag die de Vlaamse sportliefhebbers zich nog lang zullen heugen: Wout van Aert wint Parijs-Roubaix. Ik was erbij. We stonden met enkele vrienden langs de wielerpiste, in de laatste bocht. We vierden het alsof onze favoriete ploeg net het winnende doelpunt had gescoord, in blessuretijd. Werkelijk niemand die hem dat succes niet gunt. Want Wout is een Vlaming zoals de Vlamingen hem graag hebben: doorzetten en blijven doorzetten na veel tegenslag en ongeluk, om dan uiteindelijk toch te triomferen. Sympathiek en bescheiden ook. Misschien zelfs een beetje ‘gewoontjes’. Een gast die bij ons om de hoek zou kunnen wonen, en waar we dagelijks een praatje mee zouden slaan. Ene van ons, zij het met een uitzonderlijk atletisch talent. Zijn prestatie was dagenlang niet uit de media te slaan.

Iets minder prominent in de media, een paar dagen later: Matisse Beirens. ‘Matisse wie?’, hoor ik u zeggen. Welnu, Matisse is één van de elfduizend studenten met een leefloon in ons land. Het was heel even nieuws, naar aanleiding van een of andere parlementaire vraag. Matisse werd door Het Journaal geïnterviewd. Hij is niet beschaamd dat hij een leefloon ontvangt, dus ik hoop dat hij het ook niet erg vindt dat ik hem hier in mijn column vermeld. Matisse heeft het in vergelijking met de meeste van zijn studerende leeftijdsgenoten lastig. Zijn alleenstaande moeder krijgt de eindjes moeilijk aan elkaar geknoopt. Het betalen van studies en alles wat daarbij komt kijken, is niet evident. Dankzij het bescheiden leefloon en een aantal uren bijklussen per week lukt het net.

Matisse is een doorzetter en op een dag zal hij ook triomferen, wanneer hij zijn diploma ontvangt. Het wordt zijn ticket voor een goede en boeiende job. Een job die de basis zal zijn voor een hopelijk comfortabel leven. Hij studeert geschiedenis en zal misschien later als leerkracht de volgende generaties insprireren en stimuleren. Veel waardevoller kan een bescheiden investering van de samenleving in jonge mensen niet worden.

Ik hoop daarom diep dat jongeren zoals Matisse Beirens evenveel supporters hebben als Wout van Aert er heeft. Zij zijn immers ook allemaal mensen die de moed niet laten zakken, en vooruit blijven kijken. Met Wout moeten we niet te veel inzitten. Hij redt het wel. Hij heeft een mooi gezin, veel vrienden, een succesvolle carrière, een goedgevulde bankrekening. En hij is ondanks de zware tol van de topsport nog steeds gezond. Het is hem allemaal van harte gegund.

Laat ons Matisse en al die anderen die op jonge leeftijd zware inspanningen moeten en willen leveren om er iets van te maken, ook veel gunnen. Leeflooncliënten hebben een zogenaamd GPMI, een ‘geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie’. In mensentaal is dat: een contract waarin staat wat de leeflooncliënt moet doen, in ruil voor zijn of haar leefloon. Matisse moet studeren, mag niet te veel buizen halen, en moet daarnaast ook nog een aantal uren gaan werken. Daar wordt vanuit het OCMW strikt op toegekeken. Ergens terecht, de samenleving mag een inspanning vragen. Matisse vindt dat zelf ook. Hij doet keihard zijn best. Hij moppert niet dat hij in zijn vrije tijd achter de toog moet staan, om de pinten te tappen die zijn studiegenoten in hun vrije tijd aan de andere kant van de toog mogen opdrinken.

Ik hoop, en ik durf te weten, dat onze OCMW’s mild zullen blijven voor mensen als Matisse. Ook als het eens tegenslaat, of wanneer het misschien wat te veel wordt. (Want voor élke student slaat het af en toe wel eens tegen). Ik hoop dat we met zijn allen blijven supporteren voor onze studenten met een leefloon. Zij zijn immers als Wout: altijd voortdoen, ondanks alles. En zo hebben de Vlamingen het graag, toch?

Posted in

Plaats een reactie