Bedenkingen met de vakantie in het verschiet. Over schaarse publieke ruimte, wie er beslag op mag leggen, en wie er het onderhoud van moet betalen: de kust in de zomer als bestuurskundig laboratorium.
De vakantie staat voor de deur. Vele toeristen zullen zich straks weer naar de kust reppen. Een menselijke tsunami die vanaf het land komt aangerold, steeds verder aanzwelt, om dan uiteindelijk met een verwoestende kracht de dijken en de stranden te overspoelen. De zomer aan zee is één grote stresstest voor hoe we omgaan met schaarse publieke ruimte.
Om te beginnen moet iedereen er geraken. Met de auto betekent dat files en verkeersdruk. De vlotte ontsluiting van de kustgemeenten: de burgemeester van Middelkerke weet er alles van. Hij wendt zijn nationaal mandaat aan met nog slechts één doel: de ringweg rond zijn gemeente moet en zal gerealiseerd worden. Dat is hem, naar eigen zeggen, beloofd in een achterkamertje, in ruil voor de vele stemmen die hij aanbrengt. Want de burgemeester is populair tot ver buiten de gemeentegrenzen. En hij is een vechter, in zijn element als er moet gestreden worden om de schaarse Vlaamse middelen naar de eigen gemeente te slepen.
Iets verderop, in Oostende en Blankenberge, is het tijdens de zomer voortdurend spitsuur in het station, met overvolle treinen en perrons. De NMBS zet zijn beste beentje voor en legt extra treinen in. Op topdagen worden er in Oostende makkelijk vijftienduizend dagjestoeristen aangevoerd. De aanwezigheid van een station van enige omvang zet druk op het lokaal bestuur. En dus vragen de burgemeesters terecht duidelijke afspraken met de NMBS om de zaak beheersbaar en veilig te houden.
Eénmaal de massa is aangekomen, begint de strijd om een plekje: op de parking, op het terras, op het strand. Dat moet in goede banen geleid worden, en dat zorgt onvermijdelijk ook voor overlast. Niet alleen van de occasionele paraplugooiers, of van enkele oproerkraaiers op de tram, waar de strandredders en de politie de handen mee vol hebben. Maar ook van de achtergelaten lege blikjes, chipszakken, sigarettenpeuken, en kapotte speelgoedemmertjes. En ‘s avonds, als we de zon hebben zien zakken, moet de boel opgekuist worden.
Kustgemeenten moeten dus een beetje creatief zijn om de dienstverlening te kunnen blijven financieren. Zo zijn er de strandconcessies, stukjes strand die verhuurd worden aan private uitbaters van beachbars of speeltuintjes. Publieke ruimte wordt privaat, want enkel betalende klanten komen er in. Een mooie win-win: de horeca pikt een graantje mee omdat ze zaken kunnen doen op een toplocatie, en het brengt het nodige geld in het laatje van het lokaal bestuur. Het vraagt wel wat regulering om te vermijden dat het een opbod wordt, waarbij de lokale horeca uit de markt wordt geprijsd door enkele grote spelers (Marc Coucke zou ook interesse hebben om zaken te doen op het strand van Het Zoute). Lokale besturen vinden lokale verankering terecht belangrijk.
Veel mensen vinden vijf euro voor een cola of vijftien euro voor een Aperol in de beachbar best wel veel geld. Zij brengen liever hun frigobox mee naar zee. Dat was lang geleden al een doorn in het oog van de toenmalige burgemeester van Knokke. De strandconcessies losten dat ‘probleem’ voor een stuk op. Men kan zich er even VIP-toerist wanen, mits de portefeuille wordt opengetrokken. De frigoboxtoeristen blijven welkom, maar zij worden doorverwezen naar de iets kleiner geworden strook strand die wel nog echt publiek is gebleven.
En sommigen hebben het geluk van een tweede verblijf te hebben aan zee. Zij moeten geen frigobox meesleuren. Het geluk en de baten van een appartement aan zee is iedereen gegund. Maar in Knokke en De Panne zijn er enkele tweedeverblijvers die hun faire bijdrage aan het onderhoud van de publieke ruimte contesteren. Het is niet verboden natuurlijk, maar een advocaat inschakelen om de tweedeverblijfstaks aan te vechten is eigenlijk niet zo netjes.
De zomer aan zee bekeken door een bestuurskundige bril gaat dus in essentie over het beheer van schaarse publieke ruimte. Wie mag er beslag op leggen? Hoe onderhouden we die ruimte? En wie betaalt voor dat onderhoud, en hoeveel? Veel vragen, veel debat. Maar nu zet ik mijn zonnebril op. Tijd voor een beetje vakantie. Ik wens jullie een mooie zomer, thuis, aan zee of elders. Geniet ervan!
Plaats een reactie