De Amerikaanse ambassadeur moeit zich de laatste tijd wat te veel met de interne keuken van ons land. Hij is op een missie, hij komt ons in het Westen redden van het nakende verval. Overal te lande wordt hij met de glimlach ontvangen. Maar wat heeft hij te bieden? Wat is zijn doel?
Het is een stilaan vergeten stukje geschiedenis, maar in de vorige eeuw zond Vlaanderen massaal haar zonen en dochters uit naar de missies. Die missies lagen in het verre Afrika, Azië, of Zuid-Amerika. En daar trokken duizenden Vlaamse nonnen en paters dus naartoe, om goede werken te gaan doen. En om de mensen daar tot het katholieke geloof te gaan bekeren.
Tot minstens in de jaren tachtig, toen ik zelf nog op de lagere school zat, werden er in parochiezalen overal te lande missiefeesten georganiseerd die geld in het laatje moesten brengen. De plaatselijke missionaris kwam voor de gelegenheid nog eens naar het geboortedorp, om een getuigenis te brengen over het verre exotische land waar hij of zij was gaan wonen en werken. Wij stopten als kind tijdens de vasten elke week vijf frank in een kartonnen doosje dat we van meester of juffrouw hadden meegekregen. Het beeldje van het n****tje vooraan in de kerk dat vriendelijk knikte als je er een muntstuk in gooide: dat kon toen al, gelukkig maar, niet meer.
Ik wil zeker niet cynisch zijn. Het is een feit dat heel veel missionarissen fantastisch werk hebben geleverd om het leven van miljoenen mensen beter te maken: onderwijs, gezondheidszorg en sociaal werk in straatarme regio’s. Ze werkten in lastige en soms gevaarlijke omstandigheden. In afgelegen dorpjes temidden de jungle, in landen met vaak twijfelachtige regimes. Ze namen persoonlijke risico’s, en cijferden zichzelf weg om andere mensen te helpen. Maar ze speelden natuurlijk ook mee in een spel dat geniaal was in zijn eenvoud. Een groter plan dat de kerk strategisch goed gezien had: maak het leven van iemand in grote nood beter (dat is mooi werk), en hij valt vervolgens makkelijk te overtuigen van uw ideologie (dat is handig).
Vandaag willen sommigen ons doen geloven dat het onze beurt is om bekeerd te worden. Het Westen is in verval en moet dringend gered worden van … Ja, van wat eigenlijk? Horden migranten die onze welvaart komen pikken? Fundamentalisten die de sharia zullen invoeren? Bureaucraten die het ondernemerschap en onze vrijheden beknotten met al hun regeltjes en voorschriften? Vrouwen die een carrière boven een gezin verkiezen? De missionarissen worden stilaan onze kant uitgestuurd. Moderner, subtieler, dan in de vorige eeuw. Trollen op sociale media en buitenlandse inmenging in verkiezingen. Dat soort zaken. Maar er zijn ook moedige missionarissen die zich niet achter hun toetsenbord verschuilen, die ons zonder scrupules openlijk de les komen spellen.
Neem Bill White, de Amerikaanse ambassadeur. Hij moet Belgium redden. Onze zieltjes winnen voor een ideologie die, als ze dominant wordt, het land weer op het rechte pad zal brengen. Hij pretendeert een toffe peer te zijn als hij weer eens ons land doorkruist. Een bedrijfsbezoek (we gaan investeren!), een bezoek aan een plaats waar een explosie is gebeurd (we gaan wat geld geven om de schade te herstellen!). De pers samenroepen (ik ga het eens uitleggen wat ik bedoel!), of een mondje gaan eten op restaurant na het bezoeken van een jeugdvoetbaltornooitje in één of ander dorp (de vriendschapsbanden stevig houden!). Telkens met een brede glimlach op de foto, naast één of meer van onze gezagsdragers.
Maar dan valt plots het masker af, en worden de ware bedoelingen van missionaris Bill zeer scherp duidelijk. Dan begint hij zich opzichtig te moeien met de interne keuken van het land waar hij te gast is. Dan wordt hij de cowboy die uit de heup schiet wanneer het hem niet aanstaat. Dan veegt hij, bijvoorbeeld, het Belgische parket de mantel uit, omdat het iemand wil vervolgen die de leiders van Bill’s kerk liever niet vervolgd willen zien. Het heeft alvast het voordeel van de duidelijkheid: we weten wat missionaris Bill hier écht komt doen. Het vriendelijke handjesschudden is slechts facade voor het hogere doel.
Een tip voor elke lokale gezagsdrager die de komende tijd nog de eer zal krijgen om Bill te mogen ontvangen in zijn of haar gemeente, voor een bedrijfsbezoek hier, of een evenement daar: kijk hem gedecideerd aan als jullie handen schudden, en geef hem een schalks knipoogje. Zorg er met andere woorden subtiel voor dat hij door heeft dat jullie hem doorhebben. Deze missionaris heeft immers bitter weinig te bieden wat ons leven hier beter kan maken. Om dat te weten, volstaat het om af en toe te kijken naar hoe steeds meer mensen moeten leven in het land dat hem hierheen zond.
Plaats een reactie