De Vlaamse regering wil haar begroting op orde. En in die oefening brengt ze, via het gemeentefonds, de begroting van de lokale besturen in de problemen. Elke huisvader/moeder met kinderen weet: als je wil besparen thuis door aan het zakgeld van de kinderen te zitten, dan is het ‘spel’.

In ons gezin heeft de regering, een coalitie die bestaat uit mijn vrouw en ikzelf, destijds beslist om onze drie dochters een maandelijks bescheiden fonds toe te kennen. Dat fonds wordt af en toe geïndexeerd, recent hebben we het nog opgetrokken naar 125 euro.

Het fonds is door onze dochters vrij te besteden. We zien het als een vorm van financiële decentralisatie en responsabilisering. Het fonds is in de plaats is gekomen van een aantal projectgebonden subsidies. Zo kunnen er bijvoorbeeld geen subsidie-aanvragen meer ingediend worden voor een nieuwe trui of jeansbroek. Dit soort uitgaven moeten met middelen uit het fonds gedekt worden. We voorzien wel nog in een aantal investeringssubsidies voor duurdere uitgaven, zoals een nieuwe jas of nieuwe schoenen. En bepaalde andere uitgaven, voor de studies bijvoorbeeld, vallen via een bijzonder financieringsdecreet nog steeds volledig ten laste van onze centrale overheid.

Er blijven dus nog wel wat koterijen overeind, maar we zijn er met ons fonds toch in geslaagd om thuis een grote administratieve vereenvoudiging te realiseren. Minder bureaucratie en procedures. Zuurstof voor autonome beslissingen door onze dochters, zonder overdreven verantwoordingsvereisten.

Nu heb ik onlangs een studie besteld om de inkomstenstromen van mijn dochters in kaart te brengen. De resultaten tonen grote verschillen, de welvaart is nogal ongelijk verdeeld. En dat hangt vooral samen met de inkomstenbasis. De oudste dochter gaat bijvoorbeeld maandelijks nogal wat uren flexijobben. De middelste en jongste dochter niet. Zij genereren wel wat extra inkomsten door een avondje babysitten, maar veel is dat niet. Het aandeel van het fonds in de totale inkomsten van mijn dochters verschilt dus nogal. Voor een stuk het resultaat van hun autonomie: ze beslissen zelf waar ze hun geld halen, en hoeveel. De middelste dochter kiest er bijvoorbeeld voor om veel tijd en energie vrijwillig in de jeugdbeweging te stoppen. Nu is die autonomie natuurlijk relatief, want de jongste mag eigenlijk nog niet gaan werken.

Dat heeft dan ook gevolgen voor de uitgaven. We hanteren als toezichthoudende overheid namelijk de regel van het budgettair evenwicht. Even schulden maken mag, er zijn zelfs renteloze leningen mogelijk, maar op het einde van het begrotingsjaar moet de rekening kloppen. En moeten ze hun schulden ook kunnen afbetalen. Ik zou bijna zeggen: de autofinancieringsmarge moet positief zijn. Maar in mensentaal vragen we dus minstens om een zwarte nul, en liever nog wat overschot. De appel voor de dorst, de waarde van geld: het is nu dat ze dat moeten leren.

Onlangs was het gedoe aan de keukentafel. Bij onze centrale begrotingscontrole nam ik er de tabellen van de eigen uitgaven bij. De vraag vanuit de samenleving was zoals gebruikelijk weer zeer groot. De televisie heeft zijn beste tijd gehad, een lounge in de tuin zou leuk zijn, en de IKEA-salontafel mag nu best wel eens vervangen worden door een beter exemplaar. We hebben ook dringend een abonnement met unlimited 4G voor iedereen nodig. En wanneer gaan we nog eens een heel verre reis maken samen? Dat alles naast de recurrente uitgaven zoals de huur van twee koten voor de studerende dochters, het onderhoud van de auto, en de maandelijkse energiefactuur.

Tijdens het eten begon ik mijn septemberverklaring met de mededeling dat een gezonde begroting prioritair is. We willen bij ons thuis de toekomstige generaties niet opzadelen met de gevolgen van schulden die we nu maken. Ik erkende grootmoedig dat het een moeilijke oefening was geweest, met maatregelen die wellicht geen schoonheidsprijs zullen verdienen. Maar ik benadrukte ook dat ik niet wil raken aan noodzakelijke investeringen die de toekomst van de mensen vrijwaren, zoals hun onderwijs, hun welzijn. Er zou dus ergens gesneden moeten worden. Ik kwam met het idee om jaarlijks 3,5 procent van het fonds van mijn dochters te knippen. Weg sfeer.

Vanop de oppositiebanken fulmineerden mijn dochters over contractbreuken en rechtsonzekerheid. Dat ik hun begroting niet moet compromitteren om mijn eigen begroting op orde te krijgen. Ze hadden immers net hun jaarplan, met veel moeite, gefinaliseerd: de reis met vriendinnen deze zomer, wat nieuwe kleren, en naar Clouseau in het Koning Boudewijnstadion. De inkomsten waren zorgvuldig begroot: flexijobs, babysitten, en jawel, het hun beloofde fonds. No way dat ze nu opnieuw naar de tekentafel zouden gaan om hun uitgaven te herzien, of om extra inkomsten te genereren. Mijn vrouw en ik keken elkaar aan en we beseften: ze hebben ergens wel gelijk, bro.

Posted in

Geef een reactie