Het is momenteel wat op eieren lopen aan de unief. De kans dat je als prof als ‘woke’ en ‘links’ wordt getypeerd is reëel. De unief zou ideologisch gekaapt zijn, zegt men. Toch blijft kritisch onderwijs, onderzoek en debat essentieel, ook over topics die zich lenen tot polarisatie. Zoals overheid en bestuur. Vóóral rond die topics.

We moeten het hier ook eens over de universiteit hebben. Want daar worden vele medewerkers van lokale besturen opgeleid. Eenmaal aan het werk worden sommigen onder hen door een toxische burgemeester of schepen buitengepest. Omdat ze zich met al hun kennis en expertise te veel noten op hun zang permitteren. Of omdat ze vanuit een zekere bestuurlijke deontologie al eens een lokale politicus (m/v/x) durven terugfluiten. Eén keer kan dat nog. Twee keer misschien ook. Maar na drie keer moet de medewerker weer in zijn mand. Haperende politiek-ambtelijke verhoudingen: ik schrijf er vroeg of laat zeker nog eens een column over. Want het is momenteel een dingetje in een aantal van onze lokale besturen.

Gelukkig zijn er in Vlaanderen ook heel veel gemeenten waar politici en medewerkers in goede verstandhouding samen het bestuur runnen. Ouderwets goede bestuurlijke praktijk is geen spannend columnmateriaal. Eerder iets voor de wat taaiere cursus Bestuurskunde, waarin we onder andere de complexiteit van politiek-ambtelijke verhoudingen uit de doeken proberen te doen. We leggen uit waarom het model van de strikte scheiding in rollen (politici beslissen het beleid, ambtenaren voeren het uit) niet meer werkt. Lokaal besturen is op vele vlakken zo complex geworden dat politici de kennis en expertise van hun medewerkers het best naar waarde schatten, hen betrekken bij de beleidsvorming. We leggen ook uit dat een gezonde samenwerking tussen politici en ambtenaren steunt op een minimum aan ambtelijke, maar ook politieke deontologie. Ambtenaren moeten aanvaarden dat het politici zijn die over beleid beslissen, onverminderd hun noodzakelijke rol in het adviseren van politici. Politici moeten aanvaarden dat ambtenaren binnenskamers hun gedacht zeggen, truth to power moeten kunnen spreken. En dat politici geen individuele dossiers moeten proberen te beïnvloeden, hoe verleidelijk dat op de kleine lokale schaal van ons-kent-ons soms ook kan zijn.

We doceren Bestuurskunde aan de universiteit, waar het stilaan op eieren lopen is. UGent zou ideologisch gekaapt zijn volgens sommigen. Want wat wil je ook, met 80 procent linkse proffen? In een politiek klimaat dat eerder naar rechts neigt, wordt elke les waarin ik pleit voor het erkennen van de rol van de ambtenaar in relatie tot verkozen politici potentieel bewijs dat ik wel links móét zijn. Het is simpel: ambtenaren macht geven om politici van rechtse meerderheden te dwarsbomen.

Ook in onderzoek is het uitkijken geblazen. Ik hou me bijvoorbeeld bezig met democratische innovatie. Staan burgers open om meer te participeren? Is er nog draagvlak voor een sterke rol voor het middenveld? Hoe legitiem is het systeem van de representatieve democratie nog? Het zijn op zich geen explosieve vragen. Maar ze stellen is vandaag blijkbaar ook verdacht links. Zeker in tijden waarin het primaat van de politiek (enkel verkozen politici mogen beleid beslissen) hoogtij viert. En zeker wanneer die verkozen politici dus steeds meer naar rechts neigen.

En wanneer proffen een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat wordt het helemaal tricky. Neem de populaire stelling dat er te veel ambtenaren zijn en dat het overheidsbeslag te groot is. Als bestuurskundige daag ik wie ze poneert wel graag uit. Over wélke ambtenaren hebt u het dan? Op welke overheidsdiensten moet er bespaard worden? Wat zijn kerntaken? En zijn die niet voor iedereen anders? Een beetje nuance vragen, meer is het niet. Maar ook dat is vandaag vaak al voldoende om in het linkse hok geplaatst te worden.

Gelukkig weten onze studenten beter. Toch beter dan al diegenen die vanop afstand een snelle mening over de universiteit klaar hebben, misschien of wellicht zelf gedreven door een ideologische agenda. Het proffenkorps mag dan misschien voor 80 procent links zijn (al betwijfel ik dat in onze opleiding), de studentenpopulatie is dat niet. Ik zie ze, de studenten die politiek actief zijn, over een breed spectrum van links naar rechts. De topstudenten die in sommige gevallen hun politieke kleur ook niet ontkennen, en die we aanwerven als onderzoeker. Opnieuw: over een breed spectrum van links naar rechts.

Onze studenten komen en ze blijven omdat ze inzichten zoeken om later aan goed bestuur te kunnen werken in de organisaties waar ze beroepshalve terecht zullen komen. Omdat ze bij ons leren dat beleidskeuzes dan wel politiek en ideologisch zijn, maar dat goed besturen binnen dat beleidskader veel minder met links versus rechts te maken heeft. Zoals Fiorello La Guardia, voormalig burgemeester van New York, eens zei: ‘There is no Democratic or Republican way to clean the streets.’

Posted in

Plaats een reactie