Als we de democratie willen sterk houden, gaan we de jongste generaties mee moeten hebben. Maar dan nemen we hen, en hun bekommernissen, best ernstig.
Af en toe denk ik in een onbewaakt moment dat sommige mensen van deelname aan verkiezingen zouden moeten uitgesloten worden. Het interesseert hen immers geen bal, en dan doen ze maar wat in het stemhokje. Zonder daar hard te hebben over nagedacht. Denk ik tenminste. De partijen weten dat ook, en investeren al langer dan vandaag meer in marketing dan in hun studiediensten. Wie veel stemmen wil ronselen lanceert beter een populistische advertentie op sociale media, dan dat hij een doorwrocht politiek-ideologisch essay schrijft dat geen kat wil lezen. Het is een deprimerende gedachte dat we om de zoveel jaar de mensen die levensbelangrijke beslissingen voor ons nemen kiezen op basis van … ja, op basis van wat eigenlijk?
Over de crisis van de representatieve democratie is al veel gezegd en geschreven. Maar het gaat zelden over de rol en de houding van de kiezer. Als er ingrepen gebeuren die de democratie moeten versterken, dan hebben die meestal betrekking op hoe de verkiezingen georganiseerd worden. Het afschaffen van de lijststem, regels over coalitievorming, de afbakening van kiesdistricten, dat soort zaken. Zelfs de ene recente innovatie die expliciet de kiezer tot voorwerp had – het afschaffen van de opkomstplicht bij de lokale verkiezingen – had in feite de politici voor ogen: zij zouden meer inspanningen moeten doen om burgers tot stemmen te engageren als dat niet meer verplicht is.
Maar laat ons het dus eens over de rol en houding van de kiezer zélf hebben. Ik vind: wie mee wil spreken over de gewenste richting van de samenleving, en dus wil stemmen, moet zich ook engageren in en voor die samenleving. Verder kijken dan de eigen voordeur. Er van overtuigd zijn dat we allemaal samen verantwoordelijk zijn voor wat er in die samenleving gebeurt. Participant zijn, en niet louter een consument van wat de overheid aanbiedt. Wanneer ‘verdient’ iemand het dan om te mogen stemmen? (Ik schrik eigenlijk een beetje van mezelf dat ik de deelname van iedereen aan de democratie in vraag durf te stellen. Maar ik vind het wel een interessant gedachtenexperiment).
We zouden een burgerscore kunnen overwegen. Enkel ‘goede’ burgers die zich ‘correct’ gedragen mogen stemmen. Maar wat is is goed en correct? Daar begint het debat al. Wie sluiten we dan uit? Wie veel verkeersovertredingen begaat, wiens kinderen te veel spijbelen, wie veroordeeld is voor sociale of fiscale fraude, of wie een paar keer betrapt werd op roken waar het niet mag? Het is glad ijs, omdat het de deur openzet voor de overheid om mensen te straffen op basis van wat die overheid gewenst gedrag vindt. Dat zal altijd ergens arbitrair zijn. Een andere overheid zal daar misschien milder, of nog strenger in zijn. In ieder geval zorgt een burgerscore er voor dat de overheid de modelburger definieert. En als enkel de modelburgers mogen stemmen, dan is het resultaat een overheid die verkiezing na verkiezing bevestigd wordt in haar visie op modelburgerschap. Na verloop van tijd ontstaat er een in de pas lopende elite die de dienst uitmaakt, en een gediscrimineerde restcategorie die wel onder de knoet wordt gehouden, maar geen enkele inspraak meer heeft. Het neigt naar een samenleving zoals die in vele dystopische verhalen genre The Handmaid’s Tale beschreven wordt. Stemrecht koppelen aan een soort burgerscore is dus geen goed idee.
Een burgerschapstest dan misschien? Enkel wie de vinger aan de pols houdt van wat er in de samenleving gebeurt mag dan stemmen. We zouden bijvoorbeeld in het stemhokje tien vragen kunnen voorleggen die mensen moeten beantwoorden. Wie zeven of meer op tien scoort krijgt toegang tot het stemformulier, en kan dan een stem uitbrengen. Wie een lagere score haalt kan helaas geen stem uitbrengen. Jammer, volgende keer hopelijk beter. De gebuisde burgers worden in de categorie ‘niet geslaagd voor test’ geplaatst. Hun stem ‘bestaat’ dus niet. Benieuwd welk percentage dat zou zijn. En ook benieuwd naar de reactie van de gebuisden. De volgende keer wat meer kranten lezen? Of toch definitief afhaken, misnoegd omdat zij van zichzelf vinden dat ze wél op de hoogte zijn van het maatschappelijke reilen en zeilen. Hoezo mijn stem telt niet? Kwaad op de elite die het ‘examen’ opstelde. Veel burgers hebben immers vele meningen over vanalles en nog wat. En zij kunnen die meningen in het sociale mediatijdperk ook vrank en vrij ventileren. We kunnen vinden dat dat geen echt engagement is, maar velen denken dus van wel.
Of een variant op het lang geleden afgeschafte cijnskiesrecht dan maar? We hebben destijds het principe van één stem per persoon ingevoerd, omdat we het niet eerlijk vonden dat rijke burgers meer stemmen kregen dan arme burgers. Daar willen we niet naar terug. Uw inkomen mag uw democratische rechten niet bepalen. Maar misschien moeten we het stemrecht enkel reserveren voor wie zich actief engageert in en voor de samenleving? Voor wie op een meer actieve manier (dan het enkel betalen van belastingen) een bijdrage levert aan de publieke zaak? Dan kan iemand het stemrecht verdienen door, ik zeg maar iets, een bepaald aantal uren per jaar vrijwilligerswerk te doen. Maar wat valt dan onder geldig vrijwilligerswerk, en hoe moeten mensen dat soort engagement aantonen? Wordt dat dan niet al snel ‘van moetens’ voor velen? En is dat dan ook niet eerder contraproductief voor échte en gemeende maatschappelijke betrokkenheid?
Een andere manier om stemrecht toe te kennen, is op basis van leeftijd. Dat gebeurt natuurlijk al. Maar ik durf iets meer ingrijpends voor te stellen: hoe jonger iemand is, hoe meer gewicht de stem krijgt. Dat zal wellicht snel, misschien niet onterecht, als leeftijdsdiscriminatie worden weggezet. Maar toch: wie over de rol en de houding van de kiezer in de democratie nadenkt, kan niet om de jongste generaties heen. Het is immers een groot probleem dat steeds minder jongeren wakker liggen van democratie en verkiezingen. De jongste kiezers bleven massaal thuis bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. We kunnen dat wegzetten als zijnde hun eigen keuze. Of we kunnen hen een signaal geven dat hun stem er echt toe doet. Hun stem meer gewicht geven kan dan een incentive zijn om nét wel te komen stemmen. Ook vanuit beleidskundig perspectief is er wel iets voor te zeggen om jongeren meer inspraak te geven dan ouderen: zij zullen nog véél langer met (de gevolgen van) het beleid geconfronteerd worden. Een beleid dat nu onevenredig sterk door de oudere generaties wordt bepaald (ook omdat zij met meer zijn). Oudere generaties ook waarvan sommige vertegenwoordigers met een luide micro al te vaak jongeren met de vinger wijzen wanneer zij zich politiek-maatschappelijk engageren. We kennen ze wel, de zeventigers-opiniemakers die te pas en te onpas roepen dat de jeugd niet moet betogen maar studeren. De zestigers-politici die er plezier in scheppen de Greta Thunbergs en Anuna Dewevers van deze wereld belachelijk te maken. Je zou voor minder afhaken als jongere. Ik ben het ook niet altijd met hen eens, maar ik applaudisseer wel oprecht voor hun engagement.
Ik maak me geen illusies dat er op korte termijn werk zal gemaakt worden van innovaties die gericht zijn op de rol en de houding van de kiezer in de democratie. Ik zei het hierboven al, daar zijn weinig redenen toe: partijen maken immers tot op zekere hoogte ook gebruik van de desinteresse of onwetendheid van kiezers. Zij weten ook dat hun programma’s niet gelezen worden, en dat een rake sociale mediapost veel meer impact heeft. Als mensen maar komen stemmen, op hun partij. Dat is wat telt op het einde van de rit. Maar toch gaan we het op een bepaald moment ook moeten hebben over de burger-kiezer, die volgens mij op dit moment iets te vrijblijvend in de democratie staat. Ik betwijfel of de stok een goed idee is: mensen uitsluiten op basis van burgerscores en burgerschapstesten. Meer gewicht geven aan de stem van bepaalde groepen bij de verkiezingen is ook niet echt realistisch. Maar ik zie wel waarde in het opentrekken van het debat over hoe we bepaalde groepen in de samenleving iets meer impact in de democratie kunnen geven dan vandaag het geval is. Burgers die vandaag het gevoel krijgen dat hun stem er niet of minder toe doet. Jongeren bijvoorbeeld, die nog heel lang de gevolgen zullen dragen van beleid dat vandaag beslist wordt. Ik durf de stelling aan dat hun maatschappelijk en politiek engagement recht evenredig is aan de mate waarin zij echte inspraak ervaren. De kiezer ernstig nemen, dat is wellicht nog de beste manier om maatschappelijk engagement aan te zwengelen.
Plaats een reactie